Familierecht en erfrecht

Home » Diensten » Familierecht en erfrecht » Samenlevingscontract

Samenlevingscontract

samenlevingscontract opstellen

Wanneer u gaat samenwonen, geeft u dat in begin­sel geen recht op het inkomen of het vermogen van uw partner. Er ontstaat geen gemeenschap van goederen, zoals bij een huwelijk (zonder huwelijkse voorwaarden). In een samenlevingscontract kunt u dit soort zaken echter wel onderling afspreken. Een samenlevingscontract opstellen zorgt er bijvoorbeeld voor dat u zich tegenover elkaar verplicht dat u bijdraagt in de kosten van levensonderhoud. In het samenlevingscontract kunt u voor de duidelijkheid een definitie opnemen van het begrip ‘inkomen’.

Samenlevingscontract opstellen

Een samenlevingscontract opstellen heeft een aantal voordelen. In een samenlevingscontract kunt u onder meer de volgende onderwerpen regelen: de verdeling van de kosten van de huishouding, een beschrijving van de inboedel, een regeling omtrent de (waardestijging van) woning, een investering door één van u in de gemeenschappelijk bewoonde woning, een verblijvingsbeding en aanspraken op partnerpensioen.

Samenwonen en erfbelasting

Alleen wie al heel lang samenwoont, heeft voor de erfbelasting (wil men gebruik maken van de grote vrijstelling voor partners) geen samenlevingscontract nodig. Partijen moeten dan wel vóór het overlijden vijf jaar lang onafgebroken samen op één adres ingeschreven hebben gestaan.

Wanneer bent u voor de erfbelasting partner van elkaar?

De successiewet bepaalt dat echtgenoten automatisch elkaars partner zijn; zij mogen echter niet van tafel en bed zijn gescheiden. Als u niet getrouwd bent, kunt u ook elkaars partner zijn. Sinds 2011 moet u aan elk van de volgende voorwaarden voldoen:

  1. u moet beiden meerderjarig zijn;
  2. u moet op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie;
  3. uw ‘partner’ of u mag geen (klein- of achterklein-) kind van de ander zijn (tenzij een van de partners mantelzorger is);
  4. u of uw partner mag niet reeds partner met een ander zijn.

Notarieel samenlevingscontract verplicht

Vanaf 1 januari 2012 is er een extra eis bijgekomen voor de toepassing van de grote vrijstelling voor samenwoners. Het hebben van een notarieel samenlevingscontract is voortaan verplicht. Het contract moet ten tijde van het overlijden daarnaast minimaal 6 maanden oud zijn. In het samenlevingscontract moet tot uitdrukking komen dat u een wederzijdse zorgverplichting ten opzichte van elkaar heeft.

Als u ten tijde van uw overlijden reeds vijf jaar op hetzelfde woonadres staat ingeschreven geldt het vorenstaande overigens niet.

Erfrechtelijke gevolgen van samenwonen met of zonder kinderen

Voor echtparen met kinderen is het minder belangrijk om een testament te maken, omdat het ‘wettelijk erfrecht’ – als er geen testament is gemaakt – de langstlevende echtgenoot tegen de erfrechtelijke aanspraken van de kinderen beschermt (de zogenaamde wettelijke verdeling).

Deze wettelijke bescherming geldt niet voor samenwoners, omdat samenwonen op zich in beginsel geen juridische gevolgen heeft. Als er geen testament is, erven uw erfgenamen volgens de wet. Dit zijn ouders, broers en zussen, of indien u kinderen heeft, uw kinderen. Uw partner erft dus niet volgens de wet van u.

Juridische gevolgen zelf regelen

Willen de samenwoners wel juridische gevolgen aan hun samenleving verbinden, dan zullen ze dat zelf moeten regelen door middel van het maken van een samenlevingscontract en/of testamenten. Alleen wanneer er een samenlevingscontract is, kan de langstlevende partner door middel van een testament tegen de aanspraken van de kinderen worden beschermd, in die zin dat de kinderen hun erfenis pas kunnen opeisen als de langstlevende partner komt te overlijden. Dat kan op verschillende manieren worden geregeld, met – vooral fiscaal – verschillende gevolgen. Wij geven u graag advies over de juridische en fiscale mogelijkheden.

Standaard wettelijke verdeling

Een veel voorkomende testamentvorm onder het nieuwe erfrecht is zoals gezegd de wettelijke verdeling. Op grond van deze verdeling worden alle goederen van de nalatenschap toebedeeld aan de langstlevende echtgenoot (of geregistreerde partner). De kinderen verkrijgen een geldvordering ter grootte van hun erfdeel op de langstlevende. De langstlevende heeft daarentegen een gelijke schuld aan de kinderen.

De vorderingen en schulden zijn gedefiscaliseerd. Dat wil zeggen dat de vorderingen van de kinderen en de schuld van de langstlevende voor de inkomstenbelasting worden genegeerd.

Quasi-wettelijke verdeling

Bij ongehuwde samenwoners en hun kinderen kan er geen sprake zijn van een wettelijke verdeling, omdat de wet hierin niet voorziet. Samenwoners kunnen echter wél een testament op laten stellen waarin wordt bepaald dat de nalatenschap tussen de langstlevende en de kinderen verdeeld dient te worden alsof de wettelijke verdeling van toepassing is: de zogenoemde “quasi-wettelijke verdeling”. Ook andere vormen zijn mogelijk. Met de quasi-wettelijke verdeling kunnen ook gezinnen van ongehuwde samenwoners de nalatenschap regelen zodanig dat de langstlevende van hen goed wordt beschermd.

Samenwoners moeten dus wél zelf actie ondernemen, het geldt niet vanzelf.

Samenlevingscontract opstellen? Neemt u gerust contact met ons op, wij adviseren u over de mogelijkheden.

Meer weten?

Bel ons voor een afspraak.

Contactpersonen: Susan van Sprang, Sandra Esselink-Hansort en IJvonne de Jong