Nieuwsarchief
Erf- en schenkbelasting cijfers 2011
Vanaf 1 januari 2011 gelden voor de Erf- en schenkbelasting de navolgende tarieven en vrijstellingen. De wijzigingen van de tarieven en de vrijstellingen hebben ten opzichte van het jaar 2010 betrekking op de inflatiecorrectie.
Tarieven
| Belaste verkrijging | Tariefgroep I. Partners en kinderen | Tariefgroep I.A Kleinkinderen | Tariefgroep II Overige verkrijgers |
| € 0 - € 118.708 | 10% | 18% | 30% |
| € 118.708 en hoger | 20% | 36% | 40% |
De bij de belastingdienst erkende goede doelen zijn geen erf- en schenkbelasting verschuldigd.
Vrijstellingen bij erfenissen
| Verkrijgers | Vrijstelling |
| Partner; echtgenoot, geregistreerd partner en samenwonende partner die aan de voorwaarden voldoen | € 603.600* |
| Kind en kleinkinderen | € 19.114 |
| Invalide kind | € 57.342 |
| Ouder | € 45.270 |
| Overige verkrijger | € 2.012 |
* Bij echtgenoten, geregistreerde partners en samenwoners wordt een bepaald gedeelte van het nabestaandenpensioen, lijfrenterechten en/of periodieke uitkeringen op de vrijstelling in mindering gebracht. Dit wordt pensioenimputatie genoemd.
Vrijstellingen bij schenkingen
| Verkrijgers | Vrijstelling |
| Kind | € 5.030 |
| Kinderen tussen de 18 en 35 jaar | Eenmalige verhoogde vrijstelling € 24.144 (uitsluitend op verzoek bij aangifte). De eenmalig verhoogde vrijstelling kan worden verhoogd tot € 50.300 (of tot € 26.156 ingeval van overgangsregeling) indien de schenking wordt gebruikt voor eigen woning of studie van het kind. |
| Overige verkrijger | € 2.012 |
Het nieuwe partnerbegrip
Vanaf 1 januari 2011 wordt in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) een uniform basispartnerbegrip ingevoerd. Door de invoering van het basispartnerbegrip bepaalt de wetgever wanneer twee personen elkaars (fiscale) partner zijn.
Gehuwden en geregistreerde partners zijn automatisch (fiscale) partners van elkaar. Voor samenwoners is dit thans niet het geval. Samenwoners kunnen ieder jaar afzonderlijk in hun belastingaangifte aangeven of zij als (fiscale) partner wensen te worden aangemerkt. Met de invoering van het basispartnerbegrip komt deze keuzemogelijkheid voor samenwoners te vervallen.
Wie zijn vanaf 1 januari (fiscale) partner van elkaar?
De wet bepaalt dat als “basis” partner wordt aangemerkt:
- de echtgenoot;
- de geregistreerde partner;
- ongehuwden met een notariële samenlevingsovereenkomst die in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op hetzelfde woonadres staan ingeschreven.
De belastingplichtige die gedurende een deel van het kalenderjaar als partner kan worden aangemerkt, wordt ook als partner aangemerkt in de andere perioden van het kalenderjaar, voor zover hij in die perioden volgens de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op hetzelfde woonadres staat ingeschreven.
Uitbreiding / beperking basispartnerbegrip
In de verschillende fiscale wetten kan het basispartnerbegrip worden uitgebreid, beperkt of kan van het basispartnerbegrip worden afgeweken. Het partnerbegrip is met name van belang voor de Wet Inkomstenbelasting 2001 en de Erf- en schenkbelasting. In de Wet Inkomstenbelasting 2001 wordt het basispartnerbegrip uitgebreid en in de Erf- en schenkbelasting wordt van het basispartnerbegrip afgeweken. De uitbreiding respectievelijk afwijking zijn hierna in hoofdlijn per wet uitgewerkt.
Wet Inkomstenbelasting 2001
In aanvulling op het basispartnerbegrip in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) wordt voor de toepassing van de Wet Inkomstenbelasting 2001 onder partner mede verstaan: degene die in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op hetzelfde woonadres staan ingeschreven en:
- uit wiens relatie met de belastingplichtige een kind is geboren;
- die een kind van de belastingplichtige heeft erkend dan wel van wie een kind door de belastingplichtige is erkend;
- die voor de toepassing van een pensioenregeling als partner van de belastingplichtige is aangemeld; of
- die samen met de belastingplichtige een woning heeft.
Voor de Wet Inkomstenbelasting 2001 is het partnerbegrip met name van belang voor de toerekening van inkomsten en aftrekposten.
Erf- en schenkbelasting
In afwijking van het basispartnerbegrip in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) worden voor de toepassing van de Erf- en schenkbelasting twee ongehuwde en niet als partner geregistreerde personen slechts als partner aangemerkt, indien zij - voor de erfbelasting zes maanden voorafgaande aan het overlijden en voor de schenkbelasting vierentwintig maanden voorafgaande aan de schenking -:
- beiden meerderjarig zijn;
- volgens de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op hetzelfde woonadres staan ingeschreven;
- ingevolge een notariële samenlevingsovereenkomst een wederzijdse zorgplicht hebben (deze voorwaarde geldt pas vanaf 1 januari 2012);
- geen bloedverwanten in rechte lijn zijn (met uitzondering van mantelzorg); en
- niet met een ander aan de in de onderdelen 1. tot en met 4. genoemde voorwaarden voldoen.
Voor samenwoners die gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren volgens de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op hetzelfde woonadres staan ingeschreven, gelden bovengenoemde voorwaarden niet. Zij worden voor de Erf- en schenkbelasting als partner aangemerkt.
Voor de Erf- en schenkbelasting is het partnerbegrip met name van belang voor de (hogere) vrijstellingen en de (lagere) tarieven.
Meerdere partners
Voor de verschillende wetten kan een belastingplichtige op enig moment slechts één partner hebben. Het is dan ook niet mogelijk om met meerdere partners een fiscaal partnerschap aan te gaan.
Conclusie
Vanaf 1 januari 2011 vervalt de keuzemogelijkheid voor samenwoners om elkaar al dan niet al (fiscale) partner aan te merken.
Of het partnerschap voordelig of nadelig is verschilt per fiscale wet. Bij voordelen moet gedacht worden aan de vrije toerekening van inkomsten en aftrekposten (Wet Inkomstenbelasting 2001), alsmede aan (hogere) vrijstellingen en (lagere) tarieven (Erf- en schenkbelasting).
Een nadeel kan zijn dat voor de berekening van drempels de inkomsten van de partners bij elkaar worden opgeteld (bijvoorbeeld bij de berekening van specifieke zorgkosten of giftenaftrek).
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mw. mr. IJvonne de Jong 013 – 532 11 55.
