De Kerf & Van Sprang notarissen
Spoorlaan 402, 5038 CG Tilburg
T 013 53 211 55 F 013 54 303 08
Tilburg
Zie ook:
Nieuws

Nieuwsarchief

17-07-2009 | NHG nieuws
25-11-2011 | Eindejaarsnieuws van De Kerf & Van Sprang notarissen

Lagere WOZ-waarde bij aangifte erfbelasting

Sinds 1 januari 2010 betaalt u erfbelasting over de WOZ-waarde van een woning die u erft. Zelfs indien de woning voor een veel lagere prijs wordt verkocht. In de Wet WOZ is bepaald dat de waardepeildatum één jaar ligt voor het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt vastgesteld.

Indien u vindt dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld kunt u als erfgenaam bezwaar maken bij de gemeente. Ook wanneer de overledene zelf geen bezwaar tegen de WOZ-waarde heeft gemaakt of wanneer de bezwaartermijn is verlopen. Als de gemeente de WOZ-waarde aanpast dan mag u deze lagere waarde gebruiken voor de aangifte erfbelasting.

Een voorbeeld ter verduidelijking:

X is op 31 december 2010 overleden en heeft als enige erfgenaam Y achtergelaten. In de nalatenschap van X bevindt zich een woning. Y dient bij de aangifte voor de erfbelasting de waarde van de woning op te geven. Op grond van de thans geldende wetgeving dient Y uit te gaan van de WOZ-waarde vastgesteld op 1 januari 2009. Als peildatum geldt immers de WOZ-waarde over het jaar voorafgaande aan de verkrijging.

Als gevolg van de huidige wetgeving kan tussen het moment van verkrijging (in het voorbeeld: 31 december 2010) en de relevante peildatum (in het voorbeeld: 1 januari 2009) bijna twee jaar liggen.

Als gevolg van de economische crisis ligt het eerder voor de hand dat de waarde van woningen zullen dalen dan stijgen. Het is dus goed mogelijk dat tussen het moment van de verkrijging en de peildatum een geruime periode is gelegen, waarin de waarde van de woning (aanzienlijk) is gedaald.
De thans geldende wetgeving kan dan ook als onrechtvaardig worden ervaren. Om hieraan tegemoet te komen, heeft de Tweede Kamer bepaald dat de verkrijger de mogelijkheid heeft om te kiezen voor de WOZ-waarde die geldt voor het jaar ná het jaar van de verkrijging (in het genoemde voorbeeld: de WOZ-waarde op 1 januari 2010).

Schenken aan kinderen

De eenmalige hoge vrijstelling voor schenkingen aan een kind tussen 18 en 35 jaar bedraagt in 2011 €24.144. Schenkt u in 2011 aan uw kind voor een eigen woning of een studie of beroepsopleiding, dan bedraagt het vrij­gestelde bedrag zelfs € 50.300. Ook als u in of vóór 2009 al gebruik hebt gemaakt van de toenmalige eenmalig verhoogde vrijstelling, kunt u in 2011 onder bepaalde voorwaarden nog een verzoek doen voor een aanvullende verhoogde vrijstelling van € 26.156.

Dat kan als deze aanvullende schenking is bedoeld voor de aanschaf van of onderhoud aan de eigen woning van het kind of voor de aflossing van de eigen­woningschuld van het kind. Voor die eenmalige hoge en aanvullende schenkingsvrijstelling dient u wel langs de notaris te gaan. Alleen de aanvullende eenmalige schenkingsvrijstelling kan worden gecombineerd met de jaarvrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen van € 5.030.

Het nieuwe huwelijksvermogensvermogensrecht: de uitsluitingsclausule blijft van belang!
Per 1 januari 2012 treedt het nieuwe huwelijksvermogensrecht in werking. In het oorspronkelijke wetsvoorstel zouden onder andere de erfenissen en schenkingen buiten de gemeenschap van goederen vallen. Dit houdt in dat de erfenis en/of schenking aan de erfgenaam en/of schenker in privé toebehoort. Dit onderdeel van het wetsvoorstel is komen te vervallen.
Als gevolg hiervan vallen, zoals thans ook het geval is, de erfenissen en schenkingen in de gemeenschap van goederen en dienen deze ingeval van een echtscheiding gedeeld te worden met een (ex-) schoonkind. Om te voorkomen dat een erfenis en/of schenking in de gemeenschap van goederen valt en daardoor met een (ex-)schoonkind gedeeld dient te worden, blijft het van belang om een uitsluitingsclausule (in de volksmond ook wel: "anti-schoonzoon/dochter-clausule" genoemd) op te nemen. In uw testament en/of bij de schenking kunt een uitsluitingsclausule opnemen.

Beperking aansprakelijkheid executeurs bij aangifte erfbelasting

Vanaf 1 januari 2012 zijn executeurs altijd verplicht om de aangifte voor de erfbelasting in te dienen. Ingevolge de huidige wettekst (artikel 47 Invorderingswet) is een executeur die de aangifte voor de erfbelasting indient, hoofdelijk aansprakelijk voor alle erfbelasting die terzake van het overlijden is verschuldigd.

Het voorgestelde wetsvoorstel is een aanzienlijke verzwaring voor een executeur; hij is immers altijd verplicht om de aangifte voor de erfbelasting in te dienen en daarnaast is hij hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde erfbelasting.

Om aan deze (onredelijke) verzwaring tegemoet te komen, heeft de Tweede Kamer ingestemd met een amemdement (TK 33004, nr. 9). Uit dit amendement blijkt dat artikel 47 Invorderingswet zodanig wordt gewijzigd dat de aansprakelijkheid van de executeur niet geldt voor zover hij aannemelijk maakt dat het niet zijn schuld is dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of dat er anderszins te weinig erfbelasting is geheven.

Vorenstaande is van toepassing op aangiften voor de erfbelasting die na 1 januari 2012 worden ingediend, ongeacht wanneer de nalatenschap is opengevallen.

Mocht u naar aanleiding van het vorenstaande nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met mevrouw mr. I. de Jong onder het telefoonnummer: 013 - 532 11 55.

Top pagina»